Alfonsina Strada: de eerste en enige vrouw die in 1924 met de mannen aan de Giro d’Italia deelnam
In de geschiedenis van het wielrennen zijn er namen die synoniem staan voor heroïek, maar weinigen zijn zo grensverleggend als Alfonsina Strada - Morini (1891-1959). Terwijl de wielerwereld in de vroege 20e eeuw een puur mannenbolwerk was, fietste deze Italiaanse pionier letterlijk de barrières omver. Ze deed in 1924 wat geen vrouw haar ooit heeft nagedaan: deelnemen aan de Giro d’Italia tussen de mannen.

Een Recordbrekende Start
In 1891 werd Alfonsina Morini geboren in een groot, arm gezin in Castelfranco Emilia. Ze trouwde in 1915 met Luigi Strada. Luigi was, in tegenstelling tot haar familie, erg trots op haar sportieve ambities en moedigde haar aan het wielrennen serieus op te pakken.
Alfonsina was niet zomaar een recreant die een gokje waagde. Ze was een van de beste wielrensters van haar generatie. Al in 1911 zette ze de sportwereld op scherp door het snelheidsrecord bij de vrouwen te veroveren met een indrukwekkend gemiddelde van 37,192 kilometer per uur.
Haar honger naar competitie stopte niet bij de vrouwenwedstrijden. In 1917 zag ze haar kans schoon bij de Ronde van Lombardije. Omdat de reglementen nergens expliciet vermeldden dat vrouwen verboden waren, stond ze op 4 november aan de start in Milaan. Ze reed de 204 kilometer uit en liet twintig mannen achter zich die de finish niet eens haalden. Een jaar later keerde ze terug en werd ze 21e, op slechts 23 minuten van de winnaar. De toon was gezet.
De Giro van 1924: Noodzaak en List
Het jaar 1924 bracht een tragische wending in haar leven: Alfonsina’s man werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. In een tijd zonder sociaal vangnet moest ze een manier vinden om in haar onderhoud te voorzien. Ze besloot dat de Giro d’Italia, de zwaarste wedstrijd van het land, haar redding kon zijn.
De organiserende krant, de Gazzetta dello Sport, zat dat jaar met de handen in het haar. Door een financieel conflict boycotten de grote sterren de ronde. Een vrouw aan de start betekende gegarandeerde publiciteit. Om de gemoederen niet direct te verhitten, werd ze zonder haar 'a' op de startlijst gezet als 'Alfonsin Strada'. Pas op het allerlaatste moment werd haar ware identiteit onthuld aan het grote publiek.
De Hel van de Bezemsteel
Alfonsina werd direct de populairste renner van het peloton. Het publiek hield van haar strijdlust. Na de derde etappe werd ze zelfs triomfantelijk onthaald met een paar oorbellen en een gloednieuw wielertenue. Maar de koers bleef meedogenloos.
In de zevende etappe naar Campobasso sloeg het noodlot toe. Door de slechte wegen en het noodweer kwam ze zwaar ten val, waarbij haar stuur doormidden brak. Opgeven was geen optie. Ze vond bij een boerderij langs de weg een oude bezemsteel, sloeg deze in tweeën en klemde de houten stokken met touw vast in haar stuurpen. Met dit houten stuur bedwong ze de resterende kilometers door de bergen.
Hoewel ze die dag buiten de tijdlimiet binnenkwam en officieel uit de uitslag werd geschrapt, mocht ze van de organisatie doorrijden. Van de 90 mannen die startten, haalden er slechts 30 de finish in Milaan. Alfonsina Strada was een van hen, na een monsterlijke tocht van 3.613 kilometer.
Een Erfenis van Verzet
In 1925 wilde Alfonsina haar prestatie herhalen, maar de mannelijke coureurs protesteerden. Ze konden het niet verkroppen dat een vrouw met alle aandacht (en publiciteit) aan de haal ging. Ze werd voortaan geweigerd, maar haar punt was gemaakt.
Alfonsina Strada was meer dan een wielrenster; ze was een symbool van gendergelijkheid. Ze bewees dat uithoudingsvermogen en karakter niet gebonden zijn aan geslacht, maar aan de wil om door te gaan als het stuur breekt en de weg omhoog loopt.
